logo P. van Stingelande

Vrijdag Snackdag VI

2017-03-11

(Vermanende woorden)

<< VI/VII >>

 

‘Je had gelijk!’ brulde Brunhilde in zijn oor. Tjerk merkte dat hij in zijn eentje aan de kantinetafel zat. ‘Maar het is ook niet makkelijk hoor,’ ging ze verder, ‘al dat getelefoneer als je doof bent.’ Haar donderende stem scheurde de roze schapenwolkjes in zijn hoofd aan flarden. Ruw verstoorde ze zijn overwinnaarsroes die hem kennelijk de hele pauze lang in beslag had genomen te midden van al het snackafval.

‘Iedereen doet zijn best.’ Hij stond op. Ze glimlachte na zijn begrijpende woorden. Hij deed ook een poging tot glimlachen en verliet toen de kantine.

Achter zijn computerscherm sijpelde de werkelijkheid weer binnen. Met het hoofd rustend in een hand staarde hij naar buiten. Wat zou hij Emilie straks moeten vertellen? Een hele week lang had zij hem chagrijnig voorbij zien fietsen. Een week lang had hij haar geen blik waardig gegund. En wat moest ze wel niet denken van Brunhilde die vanmiddag zomaar bij de concurrent naar binnen was gestapt? Een kreun ontglipte hem. Hun ontluikende liefde was ten prooi gevallen aan complexe kantoordiplomatieke verwikkelingen die onmogelijk uit te leggen waren in de setting van een snackbar. Moedeloos liet hij zijn tanden zinken in het gekloofde vel van zijn knokkel. Buiten maakte straalblauw plaats voor lekkend grijs.

In de zure miezer van vijf uur stapte Tjerk op zijn fiets, op weg naar zijn Princess friteuse.

Op de stoep voor Frits’ Frieterie stapte hij eventjes af. Hij wreef het regenwater uit zijn ogen en vroeg zich af waarom hij hier stond. Hun liefde, zo dacht hij weemoedig, was slechts een droom geweest, gescheiden door kantoorwetten en praktische bezwaren. Hij wilde weer opstappen, voelde zijn overprikkelde ogen wederom branden, toen plots de rinkelende voordeur van Frits’ Frieterie openzwaaide.

‘Ik wil mijn frikandel speciaal!’ kermde de dame in algengroene badjas wederom. ‘Dit is diefstal!’ Een enorme, melkwitte arm katapulteerde haar naar buiten. Emilies arm! Tjerks hart maakte een sprongetje. Toen klapte de deur weer dicht.

Woest stampte de badjas enkele malen op de grond. ‘Mij leggen ze het zwijgen niet meer op!’ riep ze met gebalde vuist naar Tjerk, naar haar laarzen, naar de grijze lucht. Hij perste er een glimlach uit. Warme druppels liepen over zijn natgeregende wangen.

‘Maar meneer!’ De schorre stem van de badjas kreeg een onverwachts warme klank. ‘Meneer, luister, ik zeg altijd maar: spreken is goud.’ Ze liep naar hem toe en sloeg een groezelige mouw om hem heen. ‘Echt waar, gelooft u me nou maar. Want sprékende mensen, die huilen niet.’ Ze wreef hem hardhandig over zijn rug en kloste daarna weg de regen in.

Totaal geschift, dacht Tjerk, terwijl een waterig zonnetje de tegels deed glinsteren. Maar goed, waarom inderdaad die tranen? Deze vrijdag snackdag had hij toch maar manhaftig gesproken. Betekende zoiets dan helemaal niets? In een vlaag van hernieuwde daadkracht zette hij zijn fiets op slot.

Nog eenmaal beet hij op zijn knokkel en toen liet hij de deur van Frits’ Frieterie rinkelen.

 

(Was spreken daadwerkelijk goud? Lees verder>)

[Terug]

Wekelijks een nieuwsbrief

Lijdt u aan weltschmerz? Heeft u last van doordeweekse gerstekorrels? Of wilt u simpelweg P.'s verhalen ontvangen in uw digitale postvakje? Schrijf u dan in voor de nieuwsbrief!

  • (NB: Mogelijk belandt de bevestigingsmail in uw spam-map.)