logo P. van Stingelande

Vrijdag Snackdag II

2017-02-11

(Aanvang van Vrijdag Snackdag)

<< II/VII >>

Tjerk hield op met typen toen aan de andere kant van het kantoor de voordeur met een knal tegen de muur opensloeg. Het ingespannen gekreun van secretaresse Brunhilde echode door de gang, zoals elke vrijdag snackdag wanneer ze haar vier kartonnen tassen van Frits’ Frieterie over de drempel heen tilde.

Door het raam zag Tjerk hoe grote donderwolken zich samenpakten. Als hij ergens een hekel aan had, dan was het wel regen. En regen was het dat de klok sloeg, al dagen achter elkaar! Geërgerd wreef hij over zijn rauwe knokkel. Hij mocht er van zichzelf niet meer in bijten.

‘Nee, dankjewel’, brulde Brunhilde tegen Roy, die nog niet wist dat zij zèlf die tassen kon tillen. ‘Heel aardig aangeboden, maar nee, dankjewel. Nee, blijf alsjeblieft van die tassen af. Nee heus, geef toch hier. Gééf hier!’

En die arme jongen wilde alleen maar helpen. In een opwelling van daadkracht sprong Tjerk op uit zijn stoel.

‘Dankjewel,’ brulde Brunhilde door de gang. ‘Ja, heel aardig aangeboden. Ja, dankjewel.’ Ze had de tassen vol snacks al uit Roys handen getrokken.

Tjerk ging dus maar weer zitten en vroeg zich af hoe Roy te beschermen.

Door de gang klonk de eerste pets van Brunhildes stijve been, direct daarna een dreun van haar dragende been, en ten slotte het gesis van de lucht die ze gepijnigd tussen haar tanden door naar binnen zoog.

Pets, dreun, tshh!…

Tjerk hield zijn adem in en wachtte af.

Pets, dreun, tshh!…

Haar leed werd met de jaren ondragelijker. Maar zij moest en zou die snacks elke vrijdag blijven halen. Per slot van rekening was zíj toch de secretaresse, zo legde ze aan iedereen uit die het maar wilde horen.

Pets, dreun, tshh!…

Een eerlijk mens kon Brunhulde enkel bestempelen als ongeschikt. Ze was namelijk én hardhorend na een leven lang maniakaal telefoneren, én mank na een leven lang archiefdozen tillen. Maar Philip, een directeur die zichzelf graag zag als een man met oog voor de ‘menselijke maat’, beschouwde het als zijn taak om iedereen binnenboord te houden, met als kers op de taart zijn dove en kreupele Brunhilde.

Pets, dreun, tshh!…

Brunhilde marcheerde Tjerks kantoorkamer voorbij. In de kantine liet ze daarna de tassen vol snacks op de grond vallen; hijgend plantte ze ten slotte haar handen op een stoelleuning.

Tjerk beet op zijn knokkel. De idiotie van dit kantoor in combinatie met de samenpakkende donderwolken dreven hem tot grote neerslachtigheid.

 

‘De snacks arriveerden!’ Het vrijdag-snackdagtumult barstte los op het kantoor van Portemonnee Oké B.V – “Een frisse blik op uw financiën!” De hardhorenden tikten op de kamerdeuren van de slechtzienden, en de slechtzienden zwaaiden naar de hardhorenden. Stoelen schoven, ruggen kraakten en het voltallige werknemersbestand zette zich in beweging richting de kantine.

Op de tafel bij de ingang van de kantine lagen de vier kartonnen tassen, met op elk het logo van Frits’ Frieterie: een puntzak friet met een kwak mayonaise. De tassen waren bobbelig en op enkele plekken gescheurd: ook de snacks leden onder het weer.

Iedereen verzamelde zich voor de eerste tafel keurig in een rij. Vooraan stonden de oudeheren Derstraal, Wigt, Boontje, Kolder, Almekinders en op kop de twee meter lange Haanappel, immer brommend en nímmer te tutoyeren. Decennialang al wachtten deze fossielen elke vrijdag braaf in de rij, elk jaar een kilootje meer, bloemkoolneus aan glanzend schedeldak, bierbuik aan uitgestulpte tussenwervelschijf.

In deze rij voelde Tjerk zich weer eventjes jong met zijn schamele kwart eeuw aan werkervaring; nieuweling Roy was als enige jonger. Natuurlijk, stuk voor stuk waren de seniore mannen allemaal beste collega’s met een onberispelijke staat van dienst. Maar toch zat Tjerk in de pauze liever naast die nieuwe Roy, met zijn onbehouwen humor en ondoordachte lompheid.

‘Een broodje kroket… een uitsmijter… sateetje… patatje pinda… patatje oorlog… broodje gezond…’ Brunhilde groef en scheurde in haar berg vol verpakkingsmateriaal. Een voor een kregen de oudeheren hun snack in de handen gedrukt, waarna ze neerzegen op een stoel aan diezelfde tafel, hún tafel, de ‘eerste tafel’. De jeugdigen – directeur Philip (58), zijn jongere broertje Samson (51), de pas aangenomen Roy (23), en natuurlijk Tjerk zelf (49) – werden geacht een tafel verderop te gaan zitten.

 

‘Pittige shoarma’, mompelde Brunhilde geheel van haar apropos. ‘Waar is die pittige shoarma van onze Tjerk…’ Het zo kenmerkende doosje van wit isolerend piepschuim was echter onvindbaar. ‘Verdomme, waar is die bon… Tjerk, ik weet zeker dat ik…’ Ze schoof een kartonnen hamburgerdoosje woest aan de kant en keerde alle tassen nogmaals om.

‘Het is al goed.’ Tjerk legde zijn hand op een van haar woest gravende armen, maar zij hoorde hem niet.

‘Zeg, gaat dat nog lang duren?’ narde Samson achter hem. Brunhilde hoorde ook dat gelukkig niet.

‘Ik neem wel een boterham.’ Tjerk stapte uit de rij en liep naar het aanrecht. Door de ramen van de kantine zag hij dat het buiten pijpenstelen regende.

‘Dit is mijn eer te na!’ Brunhilde hinkte naar de telefoon die naast het aanrecht aan de muur hing.

Buiten barstte onweer los. Bij elke flits lichtte het regenwater op dat over de ruiten stroomde.

‘Brunhilde! Mijn broodje bal wordt koud!’ riep Samson.

‘En mijn kroket!’ riep Roy.

‘Hó eens Roy,’ zei directeur Philip die als laatste in de rij stond, ‘zó gaan wij hier niet met elkaar om.’

Roy zweeg en keek naar de vloer, waarna Samson grinnikte zoals alleen hij dat kon: hoog en hees als een gillend speenvarken, met schouders die wild op en neer schokten.

‘U spreekt met Brunhilde!’ bulderde Brunhilde. ‘Spreek ik met Frits van Frits’ Frieterie?’

Terwijl Philip naar Brunhilde riep dat men haar ook zonder te schreeuwen wel verstond, trok Tjerk het gouden folie van een nog onaangebroken pot pindakaas. Daarna verwoestte hij het ongeschonden oppervlak zonder enige vorm van vreugde te voelen.

‘Is daar iemand?!’ bulderde Brunhilde in de hoorn.

‘Laat mij eens.’ Philip pakte de hoorn vast, maar zij sloeg zijn hand direct weer weg.

‘Jullie horen mij wel!’, schreeuwde ze nog harder in de hoorn. ‘Hallo?’ Daarna sloeg ze de telefoon terug in de houder en hinkte de kantine uit. ‘Tjerk, maak je geen zorgen!’ riep ze over haar schouder. ‘Die pittige shoarma komt eraan!’

Daarna knalde de voordeur dicht.

 

Aan de eerste tafel klonk het gesmak en gegrom van de oudeheren. Vol overgave hadden zij zich op hun snacks gestort.

Philip zette een bakje met sjasliek naast zijn broertje Samson. ‘Ze heeft altijd al een sterk rechtvaardigheidsgevoel gehad’, vertelde hij aan Roy, die tegenover hem zat.

‘Al dat gesjouw wordt haar dood nog eens’, merkte Tjerk op. Hij zag hoe Philips kaakspieren zich eventjes aanspanden.

Het bordje met dubbelgevouwen boterhammen zette Tjerk aan de andere kant van de tafel neer, naast Roy. Lichtelijk ongerust dacht hij aan Emilie die nu de volle laag zou krijgen van die dove kwartel. Emilie stond dan misschien stevig in haar witte klompen, maar in de buurt van een furieuze Brunhilde was niemand veilig.

 

‘Had jij je bestelling eigenlijk wel aan Brunhilde doorgegeven?’ vroeg Samson terwijl hij de gehaktbal op zijn broodje in plakken sneed.

Tjerk nam een hap en negeerde de vraag. Beter liet men zich niet door Samson uit de tent lokken.

‘Jeugdigen onder ons, smaakt het?’ vroeg directeur Philip. Als een trotse vader keek hij naar Roy die een zakje mosterd op zijn kroket leeg kneep.

‘Heerlijk’, zei Roy.

‘Alles lekkerder dan koffie in je haar’, grinnikte Samson.

Roy vouwde zijn broodje dicht en nam een grote hap.

‘En smaakt je boterham met pindakaas?’ vroeg Samson.

‘Och.’ Tjerk haalde zijn schouders op.

‘Brunhilde is gelukkig op onderzoek uit’, grinnikte Samson.

‘Als Brunhilde zich eenmaal iets in haar hoofd haalt,’ zei directeur Philip, ‘nou, dan gebeurt het ook.’ Met zijn tanden trok hij het eerste stuk vlees van zijn sjasliek.

‘Een echte pitbull’, zei Samson.

‘Maar dan doof en mank’, merkte Roy achteloos op, starend naar zijn broodje kroket waaruit hete damp opsteeg.

‘Niet zó’, zei Philip tegen Roy.

‘Maar ze ís toch ook doof en mank?’ zei Tjerk snel. Vandaag nam hij Roy in bescherming, zoals beloofd, en vanavond zou hij Emilie, alvorens te bestellen, er alles over vertellen.

‘Wat zei je?’ Met een ruk wendde Philip zich tot hem.

‘Dat ze doof en mank is’, herhaalde nu ook Samson.

Tjerk slikte zijn vermalen boterham met pindakaas met moeite door.

‘Tijd voor een nieuwe pitbull.’ Samson sloeg met een vuist tegen Roys schouder.

‘Maar dan eentje die haar commando’s wel verstaat.’ Roy kauwde met gesloten ogen.

‘En met benen die lopen!’ Samson grinnikte luid.

‘Ja, mooie, lange benen’, mompelde Roy kauwend.

‘Jongens, zo praten we niet over elkaar.’ Philip knakte zijn leeggegeten satéprikker in stukjes.

‘Niet van die boomstammen dus?’ grinnikte Samson naar Roy.

Philips hand met de gekrakte satéprikker balde zich op het tafelblad tot een vuist.

‘Nee, doe mij maar oneindig lange benen, tot aan de oksels.’ Roy glimlachte dromerig. ‘Niet dat gedreun van een piraat.’

‘Genoeg!’ Philips vuist sloeg op de tafel.

‘Roy heeft ergens wel een punt’, wierp Tjerk snel tegen.

‘Brunhilde is een uiterst competente secretaresse.’ Philip zette zijn ellenboog nu op tafel en prikte met zijn tweede sjasliekstokje naar het gezicht van Roy. ‘Laat me dit niet weer horen, Roy. En jij…’ Hij prikte nu naar Tjerk. ‘Hoe durf je? Ergens wel een punt… Ook mijn goedheid kent zijn grenzen, mocht je dat willen weten.’ Daarna trokken zijn tanden in een ruk al het vlees van het tweede stokje.

Zijn reprimande had de oudeheren aan de eerste tafel gewekt. Gemurmel steeg op boven hun tafel. ‘Topsecretaresse’, verstond Tjerk. ‘Een harde werker’, zei een ander. Buiten flitste het onweer. ‘Rotweer’, murmelde er nog eentje. Daarna voerden smakgeluiden weer de boventoon.

Directeur Philip kauwde, hijgde door zijn halfgeopende mond en staarde naar buiten. Roy bekeek zijn schoenen en slikte langzaam. Zelfs de anders immer grollende Samson at zonder een woord te zeggen.

Grote druppels klaterden ondertussen tegen de ruiten. Brunhilde stond nu vast als een buldog tegenover Emilie. Peinzend beet Tjerk in het gebarsten vel van zijn knokkel.

 

(Waar bleef Tjerks pittige shoarma? Lees verder>)

[Terug]

Wekelijks een nieuwsbrief

Lijdt u aan weltschmerz? Heeft u last van doordeweekse gerstekorrels? Of wilt u simpelweg P.'s verhalen ontvangen in uw digitale postvakje? Schrijf u dan in voor de nieuwsbrief!

  • (NB: Mogelijk belandt de bevestigingsmail in uw spam-map.)