logo P. van Stingelande

De Draak (III)

2017-01-08

(Deel 123: Het verhoor)

Als ik vandaag mijn bezwaarschrift tegen de uitfasering van de Draak liet opnemen in de papiermolen van mijn organisatie – waarbij ik er gemakshalve vanuit ga dat alle bijbehorende formulieren juist zijn ondertekend, bestempeld en bezorgd – dan zou het bestuur ongeveer een jaar te laat diens beslissing kunnen herzien. De Draak sterft namelijk vandaag.

Buiten het hok van de beveiliging beveelt de wiebelaar met het wapperende peenhaar de politie om mij te arresteren. In het hok van de beveiliging zit ik, aan een grote metalen tafel. Ik vertel Joop en Be van de beveiliging over het noodlot dat de Draak te wachten staat. Aan de andere kant van de tafel verzamelt Joop met de top van zijn wijsvinger de restjes shag van zijn zopas gerolde sigaret. Be giet ondertussen twee cupjes koffiemelk in zijn koffie.

‘De draak? Waar heeft ‘ie het over?’ zegt Joop zonder zijn blik van mij af te halen.

‘Geen idee, Joop, werkelijk waar geen idee’, zegt Be. ‘Waar hèb je het nu eigenlijk over?’

‘De Draak?’ Ik recht mijn rug. ‘Dat computerprogramma waarin jullie straks jullie uren schrijven?’ Twee lege blikken. Ik schraap dus mijn keel en steek van wal. ‘De Draak, dat is het allesomvattende systeem waarin te lezen valt op welke dag het restaurant uitsmijters serveert, waarin schoonmaaksters nieuwe toiletrollen bestellen en waarin bestuursleden hun managementrapporten bekijken. Zónder de Draak stort de hele organisatie in.’

Zowel Joop als Be knikken, met diepe fronsen en ogen vol ongeloof.

‘En het bestuur’, vervolg ik, ‘gaat de Draak vandaag zonder enig overleg de nek omdraaien.’

‘Maar dan maken ze toch eerst wel een nieuwe?’ vraagt Joop, duidelijk de slimste van het stel.

‘Die “nieuwe draak” is een prul,’ zeg ik met vier vingers als aanhalingstekens in de lucht, ‘een knutselwerkje dat een paar snelle jongens in elkaar hebben geflanst. Die vent daarbuiten met zijn oor staat op het punt om de hele toko hier plat te leggen.’ Ik laat een dramatische stilte vallen. Joop gromt en krabt in zijn nek. ‘De oude Draak bevat járen aan bijgebouwde functionaliteit. Hij is vergroeid met deze organisatie; hij is bekend met elke valkuil, uitzondering en kromme regel, die binnen dit kantoor officieel én officieus geldt. Niemand bouwt zoiets na in luttele maanden.’

‘Staan de zaken er heus zó voor?’ vraagt Joop. ‘Je zit ons hier niet te piepelen?’

‘Zou ik iemands oorlel met een ontnieter verscheuren als ik dit niet meende?’ Ik kijk hem strak aan en besef me dat het tijd is voor zwaar geschut – elk moment kan de politie nu arriveren: ‘Luister goed, beste heren, we hebben hier te maken met een heuse D78.’

Peinzend trekt Joop aan de huid onder zijn kin. ‘Juist.’ Hij laat een lange, fluitende zucht ontsnappen, alsof de urgentie van de zaak bij hem inslaat als een bom.

Be staart me aan met openhangende mond.

‘Be, dit is een D78!’ Joop slaat met zijn vuisten op de tafel.

‘Een D78?’ zegt Be geschrokken.

Ik knik verzekerd– de escalatiecode komt rechtstreeks uit de Draak.

‘Actie!’ Joop springt op uit zijn stoel. Ik spring ook op uit mijn stoel.

‘Zitten blijven, jij!’ Joop trekt hard aan mijn geknevelde polsen. ‘Waar staat de Draak?’ vraagt hij terwijl ik me weer laat zakken op het klapstoeltje.

‘Vijfde verdieping,’ zeg ik, ‘het aquarium, twee zwarte, zoemende servers. Eerst de grote zilveren knop indrukken tot het rode lampje uitgaat, daarna de stekker eruit. Snel!’

 

En voorwaar, een kwartier later sjouwen Joop en Be de twee losgekoppelde wederhelften van de Draak naar binnen. Ze hijgen, zweten als otters, en ik kan ze wel om hun nek vallen.

‘En nu?’ vraagt Joop.

‘Aan het stroom,’ zeg ik, ‘en breng me een toetsenbord.’

Luttele momenten later rolt uit de printer een heuse D78. Joop vult het formulier in met houterige blokletters, ondertekent het in functie van hoofd beveiliging, en frommelt het ten slotte met trillende vingers in een envelop. ‘Wacht maar tot het bestuur hiervan hoort’, zegt hij.

‘Mevrouw Tilstra staat hier om vijf over negen voor de deur’, giechelt Be zenuwachtig. ‘Wedden?’

Dan gaat de bel van de intercom. Joop springt op. Op een zwart-witschermje zwiept de wiebelaar met zijn wapperende haren heen en weer. Tot mijn genoegen zit zijn halve hoofd in het verband.

‘Niet opendoen,’ sis ik. ‘Híj is de vent die dat nieuwe prul bouwde.’

‘Er staan twee agenten naast’, zegt Joop. ‘Sorry, kerel.’

‘Game over,’ bromt Be met een troostende glimlach, ‘zo zeggen ze dat bij computers toch?’

 

Epiloog

Tegenwoordig – drie weken na mijn avontuur – zit ik thuis op de bank, zoals ze dat zeggen. Ik ben na mijn arrestatie eerst vermalen door het huishoudelijke reglement (mijn eigen code) en vervolgens in recordsnelheid ontslagen door het bestuur. Diezelfde dag is gelukkig ook de stekker getrokken uit de nieuwe Draak.

Carlo de verrader zit tegenwoordig weer op zijn eigen stoel in het aquarium, zo schreef Joop van de beveiliging me vandaag. Carlo schijnt ook een nieuwe jongen in te moeten werken, een hele domme met veel praatjes, aldus Joop. Maar de hemel zij geprezen: mijn Draak leeft!

[Terug]

Wekelijks een nieuwsbrief

Lijdt u aan weltschmerz? Heeft u last van doordeweekse gerstekorrels? Of wilt u simpelweg P.'s verhalen ontvangen in uw digitale postvakje? Schrijf u dan in voor de nieuwsbrief!

  • (NB: Mogelijk belandt de bevestigingsmail in uw spam-map.)