logo P. van Stingelande

De Draak (II)

2016-12-30

(Deel 123: Verzet)

Zijn peenharen fladderden alsof hij op een motor reed. Ondertussen stelde deze wiebelaar zich voor als projectmanager. Hij vertelde dat mijn oud-collega Carlo – die verrader! – bij zijn team was aangeschoven als senior programmeur.

‘Volgens Carlo ben jij ook beheerder van de Draak?’ Hij schraapte zijn keel. ‘Zo noemden jullie de applicatie toch? De Draak?’

In één adem vertelde hij daarna dat zijn team een nieuwe draak bouwde, binnen het bedrijfsbrede kader van ICT-vernieuwing: mèt de nieuwste technieken èn de modernste standaarden.

‘De nieuwe Draak gaat morgen de lucht in’, zei hij – ik klapperde met mijn oren. ‘En dat oude gedrocht zullen we meteen uitfaseren.’

Ten slotte bood hij me aan om ook zijn team te versterken. ‘Beetje testen, paar bugjes wegwerken: je kent het wel.’

Voor ik nee had kunnen zeggen, was hij alweer vertrokken.

 

Mijn Draak uitfaseren? Die peenrode wiebelaar zou het hart uit de organisatie rukken! Hoe kon Carlo dit laten gebeuren? Ik ijsbeerde door het aquarium.

‘Een paar bugjes wegwerken!’ riep ik plots hardop – een gewoonte die me niet eigen is. ‘Laat me niet lachen!’ Ik grinnikte maniakaal. Het scheelde weinig of ik was gistermiddag doorgedraaid.

Vannacht bleef mijn hoofd malen. Ik woelde en woelde. Hoe de Draak te redden zónder het huishoudelijk reglement te overtreden, dat ik de afgelopen jaren zo vakkundig in de Draak had vastgelegd?

Vanochtend om vijf voor zes stond ik al voor de kelderdeur van het kantoor. Grote vlokken sneeuw vielen in mijn nek terwijl ik hoopte dat de beveiliging al aanwezig was – reeds jaren bestond die uit dezelfde twee kerels met dragende stemmen, brede schouders en hart voor de zaak.

Een-en-twintig jaren aan ‘môgguh’ wierpen om precies zes uur hun vruchten af: ‘Moggûh’, zei ik in de intercom, waarna een van de beveiligers me zonder problemen binnenliet.

Met een kop koffie in mijn hand ijsbeerde ik door het aquarium. ‘Denk na!’ dreunde ik tegen mezelf.

Ondertussen zoemden de serverventilators, maalden mijn kaken en kraakte het hoofd vervaarlijk. Maar ik kwam er niet uit: er was simpelweg géén legitieme uitweg. Ik moest de Draak met diens in geprogrammeerde huisreglement schenden, wilde ik hem en de organisatie redden. Mijn hoofd tolde van deze paradox!

 

Achteraf gezien was het een achterlijk plan, of eigenlijk géén plan. Maar ik sprong op, haalde zeven bekertjes koffie en sloot de luxaflex van het aquarium. Ik draaide de stok van een dweil –  steekwapen. Ik duwde een handvol postbode elastieken in mijn zak – artillerie. En ik stal zo’n apparaatje met vier puntige tandjes waarmee men nietjes uit stapels papier haalt – een ontnieter? Daarna trok ik mij terug in het verduisterde aquarium, draaide de deur op slot, schoof een archiefkast voor de deur, en wachtte af.

Om stipt halfnegen werd er geklopt op de deur.

‘Hallo?’ vroeg de langste wiebelaar. Ik zweeg en nam een gerantsoeneerd slokje koffie. Hij morrelde aan het slot, sjorde aan de deur, en vloekte ten slotte hardgrondig. Ik kon een zenuwachtig lachje niet onderdrukken.

‘Dat hoorde ik!’ schreeuwde de wiebelaar.

Heel snel ging het daarna allemaal. Voor ik het wist, zat ik op het klapstoeltje waar ik nu nog steeds zit, in een hok vol zwart-witschermpjes, met geknevelde polsen en bloedspetters op mijn wang – de ontnieter heeft zijn werk gedaan!

Joop en Be van de beveiliging lijken de urgentie van mijn verzet niet te delen. Weten zij veel. De Draak is het enigma dat deze organisatie draaiende houdt áchter de schermen. Maar ja, hoe leg ik dat uit aan deze grauwende kerels die telkens het tafelblad in tweeën pogen te slaan met hun knoesterige vuisten?

 

(Wat had ik eigenlijk ontniet? Lees verder>)

[Terug]

Wekelijks een nieuwsbrief

Lijdt u aan weltschmerz? Heeft u last van doordeweekse gerstekorrels? Of wilt u simpelweg P.'s verhalen ontvangen in uw digitale postvakje? Schrijf u dan in voor de nieuwsbrief!

  • (NB: Mogelijk belandt de bevestigingsmail in uw spam-map.)